Select Page

Om de weg naar een beter arbeidspotentieel te begrijpen is een stukje historie van het ontstaan van ons huidige model wel praktisch. Immers, wie weet waar hij vandaan komt kan zich een beter beeld vormen van waar hij naar toe wil. In deze blog beschrijven we de geschiedenis van de arbeidsmarkt.  

Van productiemiddel naar consument

Dit is het huidige model waarop onze arbeidsmarkt is gebaseerd. Ik interpreteer de definitie van arbeidsmarkt[1] als een zeer flexibel model. Het gaat uit van een “gewoon” aanbod van werk en arbeid en hoe die elkaar vinden. Er gelden geen beperkingen en reguleringen. Vraag en aanbod kunnen van het ene moment op het andere op elkaar worden aangepast. Dat leidde, zeker aan het begin van de industriële revolutie, tot grote persoonlijke onzekerheid voor werknemers. Dit doordat het aanbod van arbeid vele malen groter was dan de vraag.

De armoede, die door deze situatie werd veroorzaakt, noopte de betrokken partijen zich te verenigen. In eerste instantie door in vakbewegingen en werkgeverscollectieven tegenover elkaar te staan. Later door het groeiende bewustzijn, dat arbeid en inkomen een belangrijke pijler onder de economie zijn, te creëren waarbij werkgevers, werknemers en de overheid regels zijn gaan afspreken. Verstandig, want zekerheid in inkomen geeft bestedingsruimte en dus economische groei en verbetering van de leefomstandigheden.  

In de twintigste eeuw kreeg een groot deel van de werknemers de mogelijkheid om zich in “vrijheid” te binden. Voor het eerst beschikte een groot deel van de niet-zelfstandig werkende over een zogenaamde “standaardbetrekking”. Het resultaat was een continuïteit en stabiele werkgelegenheid. Een voltijdse baan bij één werkgever, een loon of salaris dat toereikend is, wettelijk bescherming en sociale zekerheid op basis van het aantal gewerkte jaren. 

Arbeidsmarkt anno 2020 

Decennialang zijn ondernemers, vakbonden en beleidsmakers ervan uitgegaan dat deze “standaardbetrekking” alleen maar zou toenemen. Maar er gebeurde iets anders. 

Globalisering heeft grote veranderingen in beweging gezet. De grote toename van het arbeidspotentieel in de wereld, door de ontsluiting van het Indiase (1 miljard) en Chinese (1,4 miljard) arbeidspotentieel aan het werknemerscorps, is lang onderschat geweest. Het gevolg van deze (bijna) verdubbeling van het arbeidsaanbod in de wereld is dat de waarde van arbeid sterk is gedaald en de westerse economie zich slechts kan handhaven door procesverbetering, automatisering en het ontwikkelen van hoogwaardige producten en diensten. 

Die opkomende landen ontleende een deel van hun concurrentiepositie aan het feit dat men flexibele (of niet gereguleerde) arbeidsverhoudingen had (of heeft). Om de concurrentie vanuit die landen het hoofd te kunnen bieden, was het noodzakelijk dat ondernemers andere contractvormen in gingen zetten.  

Wanneer we die ontwikkeling koppelen aan technologische ontwikkelen, de opkomst van online shoppen en daardoor het gedrag van consumerende partijen e.d., is het niet verwonderlijk dat bedrijven blijvend op zoek gingen naar meer flexibiliteit. Niet alleen in hun arbeidsovereenkomsten, maar ook in het outsourcen (naar het buitenland) van arbeid. Vergeet daarbij niet dat de opkomende landen hun concurrentiepositie voor een deel ontleende aan het feit dat men flexibele (of niet gereguleerde) arbeidsverhoudingen had (of heeft). Daarnaast kunnen ‘wij’ ook de hand in eigen boezem steken, want doordat elders mensen voor kleine salarissen onder sub-optimale arbeidsomstandigheden werken kunnen ‘wij’ ons eenhoog consumptieniveau blijven permitteren.

De rigiditeit van de “standaardbetrekking’ was bedreigend voor de levensvatbaarheid van veel bedrijven, met alle gevolgen van dien. Wat ook niet wenselijk was is dat pseudo-werknemerschap, gedwongen ZZP’ers en complexe arbeidsovereenkomsten via allerlei soorten van bemiddelaars hun intrede deden. Blijkbaar was de overheid niet bij machte om de snelle veranderingen met goed beleid te volgen.  

De ontwikkeling op het gebied van flexibele arbeidsverhoudingen heeft dus zeker een economische achtergrond en niet louter dat werkgevers niet bereid zijn om risico’s aan te gaan. Als de wereld flexibiliseert, en wij denken alles (weer) te moeten fixeren, gaat het mis. 

De nieuwe arbeidsmarkt, zoals ik die voorsta, is er één die de definitie van een arbeidsmarkt 100% volgt, maar ondanks de flexibiliteit die is ontstaan, de “basis” grond van het vaste contract (economisch belang) fier overeind houdt. De concurrentiepositie van Nederland en de ondernemingen individueel komen hierdoor niet in gevaar.  

Als we het hebben over de arbeidsmarkt dan hebben we het over een economische en sociologische benaming voor de interactie tussen vraag en aanbod van arbeidskrachten. Over het algemeen is er geen daadwerkelijke centraal gereguleerde marktplaats waarop vragers en aanbieders elkaar fysiek ontmoeten. De markt is abstract. Op een arbeidsmarkt wordt niet zozeer arbeid of precies gedefinieerde arbeidsprestaties aangeboden, maar arbeidsvermogen. Er is ook geen sprake van koop, maar van huur.  

We onderscheiden de open van de verborgen arbeidsmarkt. Een open arbeidsmarkt gaat over de vacatures die openbaar beschikbaar zijn. De verborgen arbeidsmarkt zijn de interne vacatures en de vacatures die via informele netwerken worden vervuld. 

Overigens deed de omgekeerde situatie zich in Nederland in de jaren zeventig in de bouw voor: door de grote vraag naar bouwvakkers konden aannemers er niet meer op rekenen dat werknemers, die deze week nog ‘op steiger’ stonden, daar de volgende week nog werkten, of dat ze door ‘koppelbazen’ voor meer salaris elders aan de slag gingen. 

In jouw mobiele telefoon zitten nu onderdelen die in meer dan twintig(!) landen zijn vervaardigd. Als al deze componenten in één westers land zouden zijn gefabriceerd zou jouw telefoon waarschijnlijk het zesvoudige kosten van wat je er nu voor betaalt.